Plant/zaai een diversiteit aan planten en bloembollen

Een bloemweide is een grotere beplanting  bestaand uit verschillende soorten bloemen, bloembollen en grassen. Bij bloemenweides van (inheemse) wilde planten en bloembollen onderscheiden we verschillende type beplantingen, ieder met haar eigen ontwikkeling en beheer. Hoe halen we een hoog rendement uit bloemweides?

Rendementsfactoren

  1. Standplek
  2. Wensen bloei
  3. Maaien
  4. Dominantie

Rendement kan uitgedrukt worden in kosten per m2 / jaar. Rendement zou ook kunnen worden uitgedrukt in de functie die de bloemweide heeft voor de biodiversiteit en beleving van inwoners / bewoners.

Het maakt niet uit hoe uw rendement berekent, in beide gevallen zijn er dezelfde factoren die van belang zijn om rendement te halen.

1. STANDPLEK: een bloemengrasland of bloemenweide kan je alleen in de zon en op een schrale (voedselarme) tot matig voedselrijke bodem met succes aanleggen. Op een voedselrijke bodem groeien grassen sneller en bieden daardoor meer concurrentie aan de bloemplanten. Een rijke bodem leent zich meer voor een vaste planten concept, wat overigens ook een natuurlijke en bloemrijke uitstraling kan hebben!

2. WENSEN BLOEI: bloeiende velden, waar vlinders rondfladderen en waar het gonst van de bijen, zijn plekken waar mensen blij van worden. We onderscheiden verschillende soorten bloemweides:

Ruderale vegetaties ontstaan vaak op plaatsen waar de grond regelmatig, maar niet per se jaarlijks verstoord wordt. Ruderale soorten gedijen vaak goed in bewoond gebied, zoals boerenerven, verlaten moestuinen, rondom composthopen en braakliggende terreinen. Deze begroeiingen bestaan uit éénjarige akkerbloemen, tweejarigen en (vaak kortlevende) meerjarige soorten. De soorten in ruderale mengsels zijn rijkbloeiend en geven meteen vanaf het eerste jaar na inzaaien een kleurrijk resultaat. Een niet te schrale, normale bodem is gewenst. Door de kortere / tijdelijke levensduur niet altijd interessant om te combineren bloembollen.

Eenjarige (akker)bloemen zijn planten die zich door de eeuwen heen hebben gespecialiseerd in het gedijen op akkers. Deze pionierssoorten kunnen uitstekend samengroeien met landbouwgewassen zoals granen. Akkerbloemen hebben dan ook een jaarlijkse cyclus van grondbewerking nodig zoals op een akker gebruikelijk is. Rendement wordt gehaald uit de explosie van bloemen, goed geschikt voor tijdelijke vergroening van de openbare ruimte, denk aan bouwgrond waar nog niet gestart wordt net de werkzaamheden.

Een bloemrijk grasland bevat naast grassen ook veel meerjarige bloemen. In een bloemrijk grasland wordt de bodem niet of nauwelijks verstoord en wordt jaarlijks één tot twee keer gemaaid. De bodem moet relatief schraal zijn of jaarrond zeer vochtig. Door het maaisel steeds af te voeren, kunt u de bodem verschralen. Vroeg bloeiende bloembollen laten zich uitstekend combineren met deze grassen en meerjarige bloemen. Ze zorgen er voor dat er vroeger in het jaar als voedsel te halen is voor de wilde bijen. Door de late maaibeurt kunnen de bloembollen op natuurlijke wijze afsterven en voldoende ontwikkelen voor de komende jaren door middel van bolgroei of zaad. Verver Export biedt verschillende concepten waar de juiste selectie aan bloembollen wordt gecombineerd met bloemmengsels.

Een vaste bloemenweide geeft het eerste jaar niet veel bloei. Stel je verwachtingen bij en hoop niet meteen op een volle bloemenweide. Wat je wel kan doen is met je vaste bloemenmengsel een extra deel akkerbloemen (20%) inzaaien. Eénjarige bloemen staan meestal na 6 tot 8 weken in bloei. Zo heb je het eerste jaar wel meteen iets fleurigs om naar te kijken in afwachting van je vaste bloemenweide.

3. MAAIEN (BEHEER): een vaste bloemenweide vraagt weinig onderhoud, maar is wel nodig om je bloemenweide in stand te houden en verwildering te voorkomen. Het eerste jaar hoef je een vaste bloemenweide slechts één keer te maaien (begin oktober). Vanaf het tweede jaar maai je twee keer per jaar: begin juni (voor het gras in bloei komt) en begin oktober.

Laat het maaisel enkele dagen laten liggen (als de bloemen hun zaden nog niet hebben afgegeven). Zo kan het maaisel drogen en kunnen de droge bloemen hun rijpe zaden laten vallen en opnieuw te verspreiden over de weide. Zorg wel dat het maaisel daarna wordt verwijderd zodat het niet begint te rotten.

Gefaseerd maaien: daarbij laat je een deel van de bloemenweide staan en maai je slechts enkele delen. Je kan er creatieve vormen mee maken in het hoge gras. In fases maaien heeft nog een voordeel: je laat altijd een deel bloeiende planten op het einde van de zomer of aan het begin van de herfst staan, en dat is belangrijk voor insecten en vlinders die ook dan nog op zoek zijn naar voedsel.

4. DOMINANTIE: variatie in de bloemenweide is belangrijk voor biodiversiteit. Gedurende het jaar zijn steeds andere insecten actief die van veel verschillende bloemen afhankelijk zijn voor hun voortbestaan. Als één of enkele planten (gezaaid of niet) in de bloemenweide gaan domineren is dat dus niet alleen minder mooi, maar ook nadelig voor biodiversiteit.  Problemen met dominantie kunnen al voor het zaaien worden aangepakt. Bijvoorbeeld door de grond eerst te verschralen en/of door te kiezen voor een vals zaaibed. Maar als er eenmaal gezaaid is kun je alleen met beheer de diversiteit bevorderen.

Er zijn drie plantengroepen die voor dominantie kunnen zorgen in de bloemenweide:

  • Pioniersplanten (eenjarig, kruiden en een enkel gras)
  • Grassen (meerjarig)
  • Wortelonkruiden (meerjarig, kruiden en een enkel gras)

Op sommige plekken kun je meer problemen krijgen met dit soort planten dan op andere plekken. Planten waar je vanaf wilt kun je het beste in het groeiseizoen aanpakken. Maaien, met name net voor of tijdens de bloei, is een effectieve periode. Zo voorkom je verder uitzaaien en verzwakt de plant.

  • Eénjarige pionierssoorten – maaien in juni
  • Grassen – maaien in mei
  • Wortelonkruiden – maaien in juli

De oplossing is simpel: maai alleen waar dominantie optreedt en laat bij elke ingreep delen met een hoge diversiteit aan kruiden staan. Hoe meer hoe beter uiteraard, maar bedenk dat meerjarige kruiden ook het vermogen hebben terug te groeien uit de wortels en dat deze een keer maaien (al dan niet per ongeluk) de ontwikkeling van de bloemenweide dus niet hoeft te schaden. In de beginjaren is het scheppen van de juiste omstandigheden door ongewenste planten te pesten erg belangrijk (ontwikkelingsbeheer), en later kun je makkelijker de teugels iets meer laten vieren (instandhoudingsbeheer).